De Bevrijding

Zonnetje (Japanse vlag) gaat van ons scheiden

Op 15 augustus 1945 werd Indië bevrijd. Voor de krijgsgevangenen en burgers in de kampen kwam de Japanse capitulatie even onverwachts als voor de Indonesiërs. Zelfs voor de Japanse militairen. In de kampen werd de capitulatie pas dagen later bekend gemaakt en niet in ieder kamp op dezelfde dag. Vliegtuigen wierpen voedselpakketten in de kampen met strooibiljetten waarop de capitulatie stond vermeld.

De gevangen konden echter nog niet uit de kampen. De Japanners hadden de opdracht de gevangenen binnen te houden tot de Geallieerde troepen het gezag zouden overnemen.

 

Amerikaanse aanvallen

Met de atoombomaanvallen werd de oorlog met Japan bekort. Op 6 augustus 1945 werd de uraniumbom (Little Boy) op Hiroshima gedropt, met  66.000 doden en nog eens 69.000 gewonden. Na drie dagen, op 9 augustus werd de plutoniumbom (Fat Man) gedropt op stad Nagasaki, met 39.000 doden en 25.000 gewonden.

Capitulatie was voor Hideki Tojo (Aanvoerder, aanval Pearl Habour) een nationale schande. Een dag na de aanval op Nagasaki, voerde de Amerikaanse strijdmacht een aanval uit op het atoombom-onderzoekscentrum Hungnan, dat onder leiding stond van prof. Nishima. (Röling, 2009)

Door de Sovjet-Unie werd de druk opgevoerd en verklaarde Japan nu ook de oorlog. Japan wilde het keizerschap veiligstellen. Het ging Japan om de Kokutai (nationale identiteit) Hirohito (Keizer Showa) stemde in met overgave, mits zijn positie als keizer niet in het geding kwam en de keizerlijke dynastie gespaard bleef voor vervolging voor oorlogsmisdaden. In een radio-toespraak op 15 augustus verkondigde de Keizer van Japan Hirohito (Keizer Showa) aan het Japanse volk de overgave  (Gyokon- hösö) aan de geallieerden (Verenigd Koningrijk, China, de Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Nederland en Canada)

 

In de kampen

De Japanse militaire krijgsmachten, kwamen met het bevel om de overlevenden van de kampen te vermoorden. De kampcommandanten mochten zelf weten hoe zij deze genocide uitvoerde (Rapport Singapore) Er werden rondom de kampen, loopgraven aangetroffen om daarin de overlevenden te begraven. Uit de getuigenis van de Koreaan Li Uck, bleek dat de kampcommandanten de opdracht kregen poorten van het kamp Tjimahi te openen. De 2000 krijgsgevangen zouden dan op de vlucht gaan en werden dan vervolgens doodgeschoten. Andere methoden welke werd voorgesteld is herschikking aankondigen. Nadat de gedetineerde op de transporten naar buiten werden vervoerd, zouden zij doodgeschoten worden (Allied War Crimes Investigation Committee, Wikipedia) Deze bevelen werden vanwege de capitulatie niet uitgevoerd.

In sommige kampen was contact met de buitenwereld nu wel mogelijk. Zo stroomden honderden Indiërs en Chinezen naar bijvoorbeeld het kamp Siringorfingo. Hiervoor legde zij velen kilometers af van de afgelegen ondernemingen of vanuit Medan. Ze brachten manden vol vruchten, kip, eieren, rijst, suiker en sigaretten en vroegen wat ze nog meer konden doen. Ze konden hun tranen niet bedwingen. Zij vertelden ons hoe ook zij onder de Japanse bezetting hadden geleden. Over de mishandelingen door de Kempeitai. Er kwamen ontroerende brieven van Indische vrienden en vroeger personeel waarin zij hun loyaliteit toonden. In de loop van september veranderde de situatie drastisch (Dalhuijsen & van den, Sandra,1998; Klooster, 1955; Touwen-Bouwsma & Groen, 1996)

Er bereikten ons in het kamp Tjideng vaker transporten met eten en vooral veel maandverband, de vrouwen menstrueerden weer. De achtergehouden medicijnen werden vrijgegeven. De bevrijding kwam voor de moeilijkst te bereiken kampen pas in de loop van het jaar 1947. De 155 kampen werden in augustus 1945 bij elkaar gevoegd tot 43 kampen.

 

Oorlogsmisdadigers

Zijn personen die misdaden tegen de vrede hebben gepleegd. Al dan niet in algehele strijd en/of samenzwering om een ​​agressieoorlog te voeren voor territoriale agressie, zoals vastgesteld door de Tokyo Trials. Bij vergelijking van het vonnis voor oorlogsmisdaden, blijkt dat de Indische krijgsraden zelden tot vrijspraak kwamen. Dit tot tegenstellingen tot de Britse, Australische, Chinese en Filipijnse krijgsraden (Touwen-Bouwsma, E, Groen, 1996)

De beruchte kampcommandant Sonei werd op 2 september 1946 door de Temporaire Krijgsraad te Batavia ter dood veroordeeld. Uitgevoerd op 7 september 1946 in de Glodokgevangenis. Het lichaam van Sonei Kenichi werd bijgezet in de Jasukini-tempel in Tokio tussen de andere oorlogsmisdadigers, waar men hem tot op heden nog eerbetoon brengt.

De Japanse Minister van Oorlog en de aanvoerder op Pearl Harbor, Hideki Tojo is in 1948 opgehangen. Voorts werden onderstaande personen verantwoordelijk gesteld voor hun oorlogsmisdaden. Zij zijn hiervoor berecht door het Internationale Militaire Tribunaal voor het Verre Oosten.

  • Doihara Kenji(Lawrence of Manchuria) (doodvonnis dec. 1948),
  • Baron Hirota Koki (Premier van Japan, executie 23 dec. 1948),
  • General Seishiro Itagaki (executie 1948),
  • General Kimura Heitaro(ophanging, 28 sept. 1948),
  • General Matsui Iwane (verantwoordelijk voor het bloedbad in Nanjing (doodvonnis 23 dec. 1948),
  • General Muto Akira (ophanging 23 dec. 1948) ,
  • General Sadao Araki (Leider Radicale Fractie, Minister van Oorlog en Onderwijs, vonnis: levenslang 23 dec. 1948),
  • General Muto Akira (ophanging 23 dec. 1948) ,

General Hideki Tojo  ‘de dictator van Japan’ (Minister van Oorlog. Gaf leiding aan de Kempeitai. Verantwoordelijk gesteld voor de aanval Pearl Harbor. ‘De slachter’: verantwoordelijk voor de dood van miljoenen mensen, w.o. 4 miljoen Chinezen.

  • Verantwoordelijk voor het bloedbad en hongersnood in de Japanse burgerkampen, Verantwoordelijk voor de ‘medische experimenten’, doodvonnis 23 dec. 1948),
  • General Sadao Araki (Leider Radicale Fractie, Minister van Oorlog en Onderwijs, vonnis: levenslang 23 dec. 1948),
  • Generaal Kingoro Hashimoto (2 maal staatsgreep geleegd tegen de Japanse burgerregering, sloot een pact met nazi Duitsland en Italië, levenslang)

Generaal van het Leger Generale Staf Yoshijiro Umezu (Levenslang)

Ondertekening overgave namens de strijdkrachten, 2 sep. 1945

  • Veldmaarschalk (Gensul) Hatta Shunroku (levenslang),
  • Kampcommandant Sonei Kenichi, Executie, 7 dec. 1946 Glodokgevangenis. Zijn lichaam werd bijgezet de Jasukini-tempel in Tokio tussen de andere oorlogsmisdadigers, waar hem tot op heden nog eerbetoon brengt
  • Baron Hiranuma Kiichiro (Premier, levenslang),
  • Hoshino Naoki (Politicus, gevangenisstraf tot 1958, sprak in zijn memoires 1963, grote bewondering uit Japanse prestaties in Mantsjoekwo en zijn respect voor oorlogsleider en misdadiger Hideki Tojo),
  • Kaya Okinori (Minister van Financiën, na krijgsgevangenschap, vonnis: 20 jaar cel tot 1955),

 

Shigemitsu Mamoru en vergezeld met Toshikazu Kase

 

  • Kido Kōichi(Lord Keeper va de Privy verbinding van Japan, adviseur van Keizer Hiroito, Sowa, levenslang, vrijlating 1953).
  • Generaal Kuniaki Koiso (Generaal Japans Keizerlijk Leger, Gouverneur-generaal van Korea en Mminister (President, levenslang),
  • Generaal Jiro Minami,(Generaal Japans Keizerlijk Leger, Gouverneur-generaal van Korea, levenslang),
  • Generaal Kenryo Sato,
  • Admiraal Shimada Shigetaro (Minister van Marine, levenslang),
  • Toshio Shiratori (Japans Ambassadeur in Italíë, Minister van Buitenlandse Zaken, een van de 14 klasse A-oorlogsmisdadigers, levenslang),
  • Generaal Teiichi Suzuki (hielp bij de plannen van de Japanse economie in oorlogstijd, een van de 14 klasse A-oorlogsmisdadigers, levenslang 1948),
  • Generaal van het Leger Generale Staf Yoshijiro Umezu (12   1948, Levenslang),
  • Togo Shigenori (Minister van buitenlandse zaken voor het Japanse Rijk, Minister van Koloniale zaken/Minister van Groot-Oost-Azië, 20 jaar gevangenis),
  • Shigemitsu Mamoru (Diplomaat en politicus, minister van Buitenlandse Zaken, vrijgelaten)