Bersiap

Wees paraat! En geef acht!

Met de Nederlands ethische politiek uit de jaren dertig, werd de economische verzelfstandiging van de Indiërs bevorderd. Nu de Europeanen gevangen werden gezet, groeide het nationalisme. De Pemuda’s, de jonge Indiërs, rebellen, werden niet geleid door het Indisch leger. Zij vochten voor de onafhankelijkheid.

 De Japanse eenheden hadden na de capitulatie er alles aan gedaan om het de geallieerden zo moeilijk mogelijk te maken. Het Japanse wapenarsenaal, van het 16e leger, werd opengesteld voor Indische strijdgroepen. Er werd door de Japanners een duizendtal officieren en onderofficieren geselecteerd om een regulier Indonesisch leger op te zetten.

De Indische strijdtroepen stonden nu tegenover de Pemuda’s, De Britten en de Japanse kampcommandanten moesten nu de kampen  bewaken. Toch konden ook zij als zij hun plicht om bescherming te bieden serieus namen, gedood worden. Van alle groeperingen waren de Pemuda’s het meest fanatiek en stond onder leiding van Soetomo. Daarnaast wilde Soekarno en Hatta, op een constructieve manier met steun van de Verenigde Naties voor de vrijheid van hun land strijden.

 

Pemuda’s

De Pemuda’s  waren tot de tand toe gewapend met samoeraizwaarden (van de Jappen gepikt of gekregen) Klewangs, de indrukwekkende lange politiesabels, waar ze meestal het eerst naar grepen. Hun uitrusting werd gecompleteerd door twee pistolen in holsters, een bajonet en een zonnebril. Sommigen hadden zelfs patroonbanden weten te bemachtigen. Die zij kruislings over de borst droegen. Zij reden rond in vrachtwagens, die zij van de Japanse troepen hadden geconfisqueerd. Trots en heerszuchtig schreeuwden zij uit alle macht om vrijheid, onafhankelijkheid: “Merdeka, Merdeka”! Het werd gevaarlijk buiten de kampen, dan werd je “getjingtjangt “(in stukjes gehakt) (Stouw-Lengkeek, 2012)

In deze Permuda-actie van 1945 te Soerabaja, kwamen 1200 Indiërs om, waarvan 400 van Chinese en 600 van Nederlandse afkomst. Daarnaast kwamen 429 Brits Indische militairen om. Dit optreden leidde ertoe dat Soekarno en Hatta zich genoodzaakt voelden om totaal onvoorbereid de onafhankelijkheid uit te roepen op 17 augustus 1945. De Bersiapperiode was aangebroken (oktober 1945-begin 1946) Bersiap betekent  wees paraat! (Stouw-Lengkeek, 2012)

De bloedbaden van de Simpangclub en het Goebeng-transport vormen een blinde vlek in de Indonesische onafhankelijkheidsgeschiedenis. Hollander (2009) beschrijft de aanval op het vrouwen en kinderen transport.

Na alle agressie van een zwaar beproefd volk, kwam men tot bezinning. Men sprak er liever niet meer over. Een beschrijving hiervan in haar boek Verstilde stemmen en verzwegen levens. Er is een massagraf van dit Goebeng-transport te Soerabaja.  Tijdens de Bersiap-oorlog 35.000 Nederlanders, Indische-Nederlanders, Ambonezen en Chinezen. Onder wie vrouwen en kinderen. Zij werden om het leven gebracht door Pemuda’s en het leger van de Republiek (Stichtingsoorlogsverhalen.com)

In de Werfstraatgevangenis te Soerabaja, werden 2348 Nederlanders  opgesloten.  Er stonden voor deze uitgehongerde gevangenen tonnen met rijst klaar. Nadat zij deze vergiftige rijst gegeten hadden, zouden zij met benzine in brand gestoken worden. Kaptein Jack de Boer en 10 Gurka-soldaten, hebben in een bevrijdingsactie (10 november 1945) een doorgang in de muur gemaakt, waardoor deze krijgsgevangen konden vluchten. Buiten stond een vrachtwagen klaar om ze in veiligheid te brengen. Eén Gurkha liet hierbij het leven. (Stouw-Lengkeek, 2012)

Mijn man Jacques Movig werd met zijn familie in het Hotel des Indes, te Batavia, gebracht. Tot zij naar Australië vervoerd werden. Tijdens de Bersiap-periode, zag hij iedere dag weer nieuwe lijken in het water langs het hotel drijven.

Soekarno

Soekarno richtte in 1927 de Partai Nasional Indonesia (PNI) op. Deze partij streefde naar de onafhankelijkheid van Indonesië. In 1929 werd hij door de Nederlanders gearresteerd en in de Soekamiskin-gevangenis gevangen gezet. Hij kreeg strafkorting en werd op 31 december 1931 vrijgelaten.

Zijn tocht naar huis werd een ware triomftocht. In augustus 1933 werd Soekarno weer gearresteerd en verbannen naar Flores. Vanwege gezondheidsredenen werd hij in februari 1938 overgeplaatst naar Benkoelen (Zuid Sumatra)  Die tocht bracht weer massa’s mensen op de been.

Toen de oorlog in 1942, met Japan uitbrak kwam hij weer vrij. Oorspronkelijk werd gedacht dacht dat Soekarno en Hatta gemanipuleerd werden door de Japanners. Het was echter  Soekarno, die een slim spel speelde met de Japanners. Hij heeft de Japanners geholpen soms ten koste van zijn eigen volk door zijn mensen als dwangarbeiders uit te leveren.  De dwangarbeiders werden door misleidende campagnes verleid. Zo heeft hij een grote groep romuscha’s, Javaanse dwangarbeiders, geronseld voor de Japanners.

Door de onvoorwaardelijke capitulatie van Japan, augustus 1945, ontstond er een gezagsvacuüm. De Britten weigerden deze gezagsrol. Hierdoor werd Soekarno door zijn eigen achterban gestimuleerd om de Republik Indonesia uit te roepen op 17 augustus 1945. Op 3 juni 1947 \richtte president Soekarno het Indonesisch Nationaal Leger (TNI) op. Een samenvoeging van verschillende strijdkrachten (Leger, marine en Luchtmacht) en het Leger van de Republic of Indonesia Army (TRI).  De huidige TNI-commandant is Maarschalk Hadi Tjahanto.

Na de oorlog werd Soekarno, niet democratisch, gekozen als regeringsleider over eilandengroepen. Dit zijn eilandengroepen  o.m. de  Molukken, Timor, Medan en Nieuw Guinea. Zij waren loyaal aan de Koningin Wilhelmina, wie zij de onafhankelijkheid had beloofd. Veel Molukkers emigreerden om deze reden  en kregen via de rechter een verblijfsvergunning in Nederland.

 

Heiho’s

Zijn Indonesische hulpsoldaten die met het Japanse leger meevochten. Onder leiding van de opperbevelhebber, van het Japanse 16e Leger Luitenant-Generaal Josioetsji Nagano, tegen Gerekruteerde inheemsen, waaronder veel Javanen. Na de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945, waren er nog 25.000 Heiho’s  op Java en 2.500 man op Timor en nog 15.000 Heiho’s naar ‘die naar elders waren gegaan’. Volgens van Witsens , de Jong (1986) waren ca. 15.000 ex-KNIL militairen Heiho’s geworden, waarvan de helft zijn omgekomen. Op basis van de door De Jong genoemde cijfers zou het aantal Heiho’s op circa 60.000 man geschat kunnen worden (De Jong, 1986)

Peta

Op 3 oktober 1943 richtte Japan de PETA- militie op. De (Tentara Sukarela Pembela Tanah Air) of vrijwilligersleger van verdedigers van het vaderland, stond onder leiding van Luitenant-Genraal Kunakichi Harada. Doel was de aanvallen van de geallieerden het hoofd te kunnen bieden en de Indonesiërs het recht op zelfbeschikking voor te houden (wikipedia.nl, peta)

Afbeeldingsresultaat voor Supriyadi

 

 

 

 

 

 

De in Indië geboren Supriyadi (ook Sodancoh Soeprijadi, 1923-?) kwam bij PETA met de rang van shodancho of bataljoncommandant en werd na het volgen van een opleiding toegewezen aan Biltar, Oost-Java. Hij werd aangesteld om toezicht te houden op romusha-arbeiders. Het lijden van deze arbeiders moedigde hem aan om in opstand te komen tegen Japan. (wikipedia.nl, Supriyaldi)

Toen Soekarno zijn ouders in Blitar bezocht, gaven de PETA-leden hem te kennen plannen te hebben tegen de Japanse bezetters. In tegenstelling tot Soekarno, was Supriyadi ervan overtuigd dat de opstand zou slagen (wikipedia.nl, Supriyaldi

Hierop kwamen de voorstanders van de vrijheidsgedachte, Soekarno en Hatta in actie door het mobiliseren van 38.000 rekruten. Deze groep was groter dan het Japanse 16e leger. Waardoor het PETA een speciale status verwierf (wikipedia.nl, Supriyaldi)

Tegen het einde van de oorlog waren er 69 bataljons (daidans) op Java opgericht met een troepenmacht van ongeveer 37.000 man en op Sumatra met een troepenmacht van ongeveer 20.000 man (wikipedia.nl, peta)

 

Opstand

Op 14 februari 1945 begonnen PETA-troepen in opstand te komen. De PETA ( Tentara Sukarela Pembela Tanah Air of vrijwilligersleger van verdedigers van het vaderland) was nu niet meer handen van de Japanse bezetter maar in opstand tegen de Japanse bezetter.

Japan slaagde er echter in deze opstand te onderdrukken. Zes (of acht) mensen werden ter dood veroordeeld en de rest werd opgesloten tussen drie jaar en levenslang. Supriyadi werd echter niet ter dood veroordeeld. Sommigen zeggen dat Supriyadi vluchtte en zich had verstopt in Japan en daarna nooit werd gevonden (wikipedia.nl, Supriyaldi) Dat hij, als staatgevaarlijke, naar Japan zou zijn gevlucht is buitengewoon onwaarschijnlijk. Mogelijk heeft hij, net als vele anderen de Bersiap tijd niet overleeft.

Op 6 oktober 1945 verklaarde de nieuw opgerichte Indonesische regering Supriyadi tot minister van Volksveiligheid. Hij verscheen echter nooit en werd op 20 oktober vervangen door ad interim- minister Iman Muhammad Sulliyoadikusumo. Tot nu  toe is zijn lot nog steeds mysterieus (wikipedia.nl, Supriyaldi)

Supriyadi (ook Sodancoh Soeprijad) werd officieel verklaard als Nationaal Held van Indonesië op 9 augustus 1975 (wikipedia.nl, Supriyaldi)

 

Britse hulp

Onder leiding van het Britse leger werden de Japanners bewapend met bajonetten en geweren (zonder kogels) voor de verdediging van de kampen tegen de Pemuda’s. Vijf Nederlandse bataljons hielden maanden lang kamp in Malaka, op hun bevel te wachten (Moor, 2009)

De Britten hadden nu de taak om het Japanse leger af te voeren en de in kampen geïnterneerden te evacueren. Het Indonesisch leger, Tentara Republiek Indonesia (TRI) probeerde deze bewegingen te verhinderen. Samen met de Pemuda’s. werden honderden vrouwen en kinderen  neergeschoten, met kapmessen afgeslacht of levend verbrand in de vrachtwagens. De Britten leden verliezen en moesten wel in de aanval. En hevige strijd volgde in Soerabaja. Zij moesten afzien van verdere evacuatie. Ruim 5000 mannen werden als gijzelaars van de Republiek achtergelaten. De bevolking kon niet beschermd worden tegen de acties van deze guerrilla’s. De Nederlandse regering bleef een aarzelende houding aannemen. Met deze weifelende houding moedigde zij de guerrilla’s aan de strijd vol te houden.  Schrikte daarmee de bevolking af om de Nederlandse troepen de gevraagde steun te geven. Tot de wapenstilstand van 11 augustus ging de strijd onverminderd door.

De Nederlandse militairen in Indonesië moesten nog lang wachtende op de schepen die hen naar huis zouden terugbrengen. Het bittere gevoel door de politici in de steek gelaten te zijn (De Jonge, 2008)