Naar Nederland

Vanuit  het ziekenhuiswerden kinderen, wanneer ze beter waren naar het huis aan de overkant gebracht. Daar werden wij, vijf meisjes en ook wezen en halfwezen opgevangen. Het huis werd bewaakt door Britse soldaten w.o ook sikh’s. Deze sikh’s kwamen uit de Engelse kolonie India.

Vanuit dit kindertehuis was er vervolgens op 30 november 1945 een bewaakt transport geregeld naar Heutzboulevard 28. Onderwijl werd er contacten gelegd met Nederland via het Rode Kruis over de plaatsing van de repatrianten na aankomst. Waarna wij op 3 december 1945 richting de haven van Batavia “Tandjoeng Priok” werden gebracht. In de middag op 5 december 1945 vertrokken wij met het schip de Clenroy, dat ons vervoerde naar het schip De Nieuw Amsterdam.

 

De Nieuw Amsterdam

Op 6 december 1945 vertrok het schip de Nieuw Amsterdam uit de haven van Singapore met 3.840 repatrianten aan boord, waaronder ca. 1200 kinderen (Andere Tijden, 2013)  Gevlucht voor het geweld (Bersiap-periode) in Indië. Een mazelepidemie brak uit aan boord, met veelal ernstige gevolgen’ (Bakker, 2013) Vele passagiers waren overleden waaronder kinderen. Van de zeebegrafenissen is niets terug te vinden in de archieven. Dit terwijl het Rode Kruis hiervan melding had moeten doen in de vorm van scheepsjournalen. Het Nationaal Archief, bij de Dienst Repatriëring Nederlands-Indië had een verslag van de heer De Haan. Dit verslag bleek verdwenen te zijn. Ron Ladage, ooggetuige op het schip de Nieuw Amsterdam, weet dat er tijdens de tocht werd gesproken over honderden overleden kinderen’ (Bakker, 2013) Die aantallen werden bevestigd door de heer Geel, oom van de ooggetuige Henriëtte Geel. Hij meende dat het om 170 tot 190 gestorvenen ging’ (Bakker, 2013; Raalte-Geel, 2005)

Ook wij voerde mee op de Nieuw Amsterdam. Onze ‘groep’ bestond uit de vijf meisjes, mijn vader en de (weduwe) van Es-van de Knoop (arts) met haar twee kinderen en nog 17 wezen. Verder waren er vooral veel militairen. De keuken zorgden voor alle opvarenden. Zo kregen ook wij een grote portie militair eten met een heel grote aardappel erop. De militairen hielden ons als kinderen bezig o.m. met Kerstmis. De oudste meisjes zorgden samen met mijn vader en mevrouw van Es voor vooral de kleintjes.

IDENTITEITS BEWIJS

Indentiteitsbewijs

Al waren wij voor de oorlog ingeënt, dan nog braken er kinderziektes uit. Door ondervoeding hielpen vaccinaties niet meer. De ziekenafdeling op het schip was zwaar bezet. Ook ik lag daar met de mazelen samen met een kleintje in een bed. Gelukkig geen bedplasser!

FORMULIER

Formulier financiëe regeling

voor de kleding.  Betaald aan de Javaanse bank, 3 mei 1946.

Na een tussenstop op 8 december in Singapore, kwamen wij op 24 december aan in de Suez-haven. Hier, in Ataka, Egypte werden wij per bus naar een loods gebracht waar wij kleiding en schoenen mochten uit kiezen. Trees koos deze voor mij uit want ik lag nog op de ziekenboeg. We kregen allemaal dezelfde katoenen jurken, echter niet erg warm. Er lagen ook soldaten dekens, een hele dunne stof. Trees maakte hiervan een jas voor mij. Alle stoffen waren erg dun en ik kreeg het hierdoor erg koud.

Daarna vertrokken wij uit Port Said en kwamen op 1 januari 1946 aan in Southampton Engeland. We werden verwelkomd met het  Wilhelmus. In Southampton een overstap op de Almanzora. Veel mensen, erg druk en het leek dat alles op dat moment geregeld moest worden.  Wij reisden  af naar  de haven van Amsterdam. De tocht was bitter koud. Op 3 januari 1946 kwamen wij Nederland binnen op de Levantkade Amsterdam. Het was erg koud -14C.

Foto

Bij onze aankomst kwam Juliana, toen nog prinses, ons welkom heten. Registratie gaf nog moeilijkheden. Als groep hadden wij verschillende namen, die niet volgens het alfabet afgehandeld konden worden. Kinderen van 9 en 14 jaar, die “hoofd” van hun gezin waren, konden niet goed antwoorden geven op vragen als huisnummers of geboortedata van hun ouders.

Repatrianten die ziek waren lagen, voordat zij naar het ziekenhuis werden overgebracht, nog uren in een koude loods. De anderen, waar onder wij werden door familie opgevangen.

 

Tijdelijke verblijf

De reis begon op 30 november 1945 en eindigde na 34 dagen op 3 januari 1946. Het einde van de reis kwam in zicht. Na de registratie reisde wij per bus naar onze tante Bets Jansen in de Van Eyckstraat Amsterdam-Zuid. Voor ons uit Indonesië was dit een heel gekke ervaring. Hoge huizen.  Een bel. Een touw met een mandje er aan langs een hoge trap, waar we door de hele familie liefdevol verwelkomd en warm gewreven werden.

Door mensen uit de straat werden zaken zoals een blik bruine bonen en een deken gebracht. De volgende morgen zagen we dat er ijs op de ramen stond. Het was een strenge winter in ’46 en buiten lag er een pak sneeuw. Wij gingen naar buiten met de handen in de sneeuw en kregen tot onze verbazing zeer pijnlijke koude handen. Door hongeroedeem was ons haar uitgevallen. Een beetje babypluis had ik nog. Ons haar werd daarom met allerlei groeimiddelen ingesmeerd.

Foto

Foto

 

Vader zocht naar een ander verblijf voor zijn kinderen. Als alleenstaande vader mocht hij niet in een huis met zijn kinderen wonen. Zijn kinderen werden daarom ondergebracht. De oudste Trees en Wies werden ondergebracht bij zijn zussen. Nel en de twee jongsten gingen naar kostschool.

Mijn vader had geen inkomen meer en over de interneringstijd werd geen achterstallig loon uitbetaald. Over de bootreis en de in Suez uitgezochte kleding werd een lening berekent (een voorschot met rente) Zolang deze lening niet was afbetaald, werd er geen paspoort verstrekt. Zo kon men nog jaren in de schulden zitten.