Onafhankelijkheidsorlog

Het politiek Nederlands beleid voor Nederlands-Indië, rond 1900, richtte zich op het bevorderen van irrigatie (o.m. aanleg van wegen, voorlichting/kennis overdracht over landbouw en visserij) emigratie (verplaatsing van Javanen naar minder bevolkte Indische eilanden) en bevorderen van educatie (volksonderwijs, tegengaan van segregatie). Het beleid beoogde economische en politieke zelfstandigheid van de Nederlandse kolonie (Blok, 1977-1986) (Eerder hoofdstuk De Kolonie Nederlands-Indië)

Door de crisisjaren werd hiervoor onvoldoende financiële middelen beschikbaar gesteld. Door de  Japanse bezetting, waarna de onafhankelijkheidoorlog, werd een einde gemaakt aan de kolonie Nederlands-Indië.

Nederland was echter niet bereid de kolonie te laten gaan. Nederland begreep te laat dat haar beleidslijn in de “Indische kwestie’ niet meer strookte met het internationale rechtsgevoel. Men wilde maar niet begrijpen, dat Indië niet meer van Nederland was! Onder zware druk van de Veiligheidsraad werden de stukgelopen besprekingen keer op keer hervat en volgde tenslotte de soevereiniteitsoverdracht. Ook Frankrijk belandde in Indochina en Noord Afrika in uitzichtloze oorlogen. Engeland moest een verdeeld India verlaten, dat een bloedige burgeroorlog tegemoet ging. De Verenigde Staten wisten de soevereiniteit van de Filippijnen wel tijdig uit handen te geven (Dalhuijsen en van den Broek, 1989)

 

Politionele Actie, 21 juli 1947 en op 19 december 1948

Nederland liet de kolonie Nederlands-Indië niet los. Er moest gezorgd worden voor rust, herstel en orde.  De politionele acties waren een feit.
File:COLLECTIE TROPENMUSEUM Aanleg van een baileybrug door de genie tijdens de eerste politionele actie TMnr 10029139.jpg

Aanleg van een baileybrug door de genie tijdens de eerste politionele actie (Col. Trpenmuseum) 

In deze politionele acties sneuvelden circa 6.200 Nederlandse militairen (Stichting oologsverhalen.com) Aan Indonesische zijde vielen daarentegen naar schatting 150.000 doden. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking (Dalhuijsen, van de Broek, 1998)

Nederland verzette zich tegen de, te snelle, Indonesische onafhankelijkheid  (proklamsi) en stuurde op 17 augustus 1945, 120.000 militairen ‘om de rust te herstellen’ middels ‘politionele acties’. Deze politionele acties waren nodig, om de moordaanslagen op de (Indische) Nederlanders, Chinezen en Hollands gezinde Indonesiërs, te stoppen. Ze gingen structureel en op grote schaal, met hetzelfde extreme geweld als de Pelopor (Indonesische Vrijheidsstrijder) te werk. “Fight fire with fire”. Dit geweld werd door de Nederlandse regering bewust aangeduid met de eufemistische term excessen.

De eerste politionele actie vond plaats op 21 juli 1947,  operatie ‘Product’ onder leiding van Generaal Spoor (Koninkrijk Nederlands-Indisch Leger, KNIL) Hij beoogde de bezetting van economisch belangrijke gebieden in het Westen en Oosten van Java. Waarmee vele producten (o.m. koffie thee, rubber, olie) en deze productie bedrijven kwamen weer in handen van Nederland. Met een (militaire) verassingsaanval op de hoofdstad Jogjakarta. Het Indonesisch leger, Tentara Republiek Indonesia (TRI) moest omsingeld worden. Als de aanval slaagde was dit het einde van de Republiek (Stichting oologsverhalen.com) DE VN en de Verenigde Staten waren tegen deze politionele actie. Onder druk van de Verengde Staten moest Nederland opnieuw in gesprek met de Indonesische Republiek. Het akkoord werd gesloten op het schip de Renville in 1948. De guerrilla acties gingen gewoon door Nederland besloot voor een tweede politionele actie.

 

De tweede politionele actie vond op 19 december 1948 tot 5 januari 1949 plaats, operatie ‘Kraai’, onder leiding van Generaal Spoor en Hoge vertegenwoordiger van de Kroon, oud-premie Beel. Deze operatie beoogde het uitschakelen van de Indonesische Republiek. Ofwel de bezetting van het grondbied Republiek Java Republiek Sumatra.  Nederlandse parachutisten van het Korps Speciale Troepen (KST) kwamen in de vroege ochtend aan op het vliegveld in Jogjakarta. Met daarbij ondersteuning vanuit de lucht, werd de hoofdstad binnen enkele uren bezet. De Indonesische leiders Soekarno en Hatta werden gevangen genomen. De Republikeinse legerleiding, o.m. de opperbevel-hebber Soedirman, slaagde er echter in te ontsnappen  (Stichting oologsverhalen.com) Ook deze actie werd door de VN afgekeurd. De VN pleitte voor vrije verkiezingen. De Verenigde Staten dreigde de financiële steun  aan Nederland voor de wederopbouw in Nederland stop te zetten. Voorts werd door de Verenigde Staten gevreesd voor een opstand in Indonesië, waarbij een grote aanhang zou komen voor het communisme. Soekarno had eerder al een communistische opstand neergeslagen en kreeg hiermee steun van de Verenigde Staten. In 1949 kwam er een stakend vuren.

De Nederlandse troepen vanuit Oost- en West-Java waren ondertussen met hun opmars in Midden-Java begonnen. De troepen stuitten daar op hevige tegenstand van de TNI (Tentara Nasional Indonesia, Indonesisch Nationaal Leger) Daarbij was de moesson begonnen en wegen onbegaanbaar geworden. Uiteindelijk werden wel alle territoriale doelen in Midden-Java bereikt, maar slaagde er niet in om de TNI de genadeslag toe te brengen. De TNI had zich teruggetrokken op plaatsen, die buiten bereik van de Nederlanders lagen. De Nederlanders trokken nog Bantam op West-Java binnen. Op Sumatra bleef de actie beperkt tot de bezetting van een aantal strategisch gelegen plaatsen in Republikeins gebied (Stichting oologsverhalen.com)

In deze politionele acties sneuvelden circa 6.200 Nederlandse militairen (Stichting oologsverhalen.com) Aan Indonesische zijde vielen naar schatting 150.000 doden. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking (Dalhuijsen, van de Broek, 1998)

Daarentegen vielen er tijdens de Bersiap-oorlog 35.000 Nederlanders, Indische-Nederlanders, Ambonezen en Chinezen. Onder wie vrouwen en kinderen. Zij werden om het leven gebracht door Pemuda’s en het leger van de Republiek (Stichting oologsverhalen.com)

Twee politionele acties waren nodig om Nederland militair tot overwinnaar te maken, maar de politiek verspeelde Nederlands sympathie en was in feite de verliezer. De Nederlandse politiek was en bleef de enige schuldige aan het zinloos geweld en niet de Indische Nederlanders of de uit Nederland gezonden soldaten, die thans veteranen zijn ( Moor, 2009)

 

Excuus

Op 10 maart 2020 heeft de koning Willem Alexander namens de Nederlandse Regering, voor het excessieve geweld tijdens de politionele acties, officiële excuses aangeboden tijdens een staatsbezoek aan Indonesië (Ad, 10 maart 2020)

Het excuus van de Nederlandse Regering, zou gebaseerd kunnen zijn op het succes van de  advocate Liesbeth Zegveld. Advocate Liesbeth Zegveld behaalde, namens de Indonesische weduwen succes in het aansprakelijk stellen van de staat voor de dood van Indonesiërs als gevolg van de geweldsexcessen in de periode 1945-1949. Het betreft hier de gebeurtenissen destijds in het West-Javaanse Rawagedeh en in Zuid-Sulawesi, dat te maken kreeg met het optreden van kapitein Westerling (Croix, de la,  www.indischhistorisch.nl)

De Federatie Indische Nederlanders (FIN) is ‘onaangenaam verrast en diep getroffen’, melden ze vanmorgen. ‘Excuses zijn ongepast, omdat het voorbij gaat aan het leed van (Indische) Nederlanders tussen 1945 en 1949 door de terreur van Indonesische kant’, aldus de FIN.

De federatie vindt het voorts, zeer bedenkelijk dat de koning onderdeel is geworden van een zeer beladen onderwerp. Ze wijst erop dat dit bij slachtoffers en nabestaanden zeer gevoelig ligt. ,,Onze ouders zouden zich omdraaien in hun graf bij het horen van het nieuws, een groep die de Indonesische slachtpartijen maar ternauwernood wist te overleven. Helaas laat de Nederlandse regering deze groep opnieuw in de kou staan.” (Ad, 10 maart 2020)

 

Het Gebaar

In de jaren negentig van de vorige eeuw heropende premier Ruud Lubbers het “dossier”. Het werd een ‘Breed historisch onderzoek, gevolgd door acties als het onderzoek naar de betalingen van achterstallige salaris- en pensioenbetalingen, het rechtsherstel van geleden schade, niet te vergeten. Het mondde uit in het Gebaar en het creëren van een Indisch herinneringscentrum over de oorlog en bersiaptijd (Croix, de la,  www.indischhistorisch.nl)

Deze gebaren van de regering bleken voor de Indische gemeenschap niet voldoende. Het standpunt in 2011 van de staatssecretaris L. Veldhuijzen-van Zanten’s was duidelijk. Geen nieuw debat over eerherstel, achterstallige betalingen en compensatie voor ambtenaren en KNIL-militairen die in de Tweede Wereldoorlog in Japanse interneringskampen zaten. Zij werd vanwege deze bruuske opstelling teruggefloten door de Vaste Kamercommissie VWS. Het kabinet-Rutte II heeft de deur nu voor een heropende discussie wat opengezet. Wat daarvan te verwachten valt is niet duidelijk  (Croix, de la,  www.indischhistorisch.nl)

 

Overdracht Nederlands-Indië  de Soevereiniteitsoverdracht

Mountbatten hield de Nederlandse troepen tegen. Het landingsverbod werd ingetrokken. De Nederlandse regering stelde een overgangsperiode voor. Waarna op 14 oktober 1946 werd een wapenstilstandsverdrag gesloten.

Tijdens de Ronde tafel Conferentie, werd na 2 maanden,  op 27 december 1949, te Amsterdam, tekenden het staatshoofd koningin Juliana en minister president Dr. W. Drees uiteindelijk de “Acte van Soevereiniteitsoverdracht en erkenning van de Republiek Indonesië ”. Namens de Republiek tekenden minister president Dr. Mohammed Hatta. Het staatshoofd Soekarno was niet voor de plechtigheid uitgenodigd! Alleen de westelijke helft van Nieuw Guinea bleef nog tot 1962 Nederlandse kolonie.

President Soekarno schepte op charismatische wijze verwachtingen. Indonesië zou één vaderland, één volk met één eigentaal worden. Hiermee keerde Soekarno zich tegen de bestuurlijke structuur (de samenwerking in het tweedelig bestuur Europees en Indisch bestuur) En de vele talen die er gesproken werden, door de vele nationaliteiten die daar in de loop van eeuwen gevestigd waren. Soekarno wenste eenheid.

De eerste 20 jaar van de Republiek Indonesië werden echter gekenmerkt door toenemende politieke instabiliteit, interne opstanden, een teruglopende economie en een toenemende inflatie. Een vrijheid van godsdienst, zoals wij deze kennen in Nederland bestaat niet in het huidige Indonesië. Daarmee wordt voor vele Indonesiërs tot op heden, vanwege een ander geloof dan het islamist geloof, o.m. recht op eigen geloofsbeleving ontzegd of hebben zij geen toegang tot sociale voorzieningen (NPO-2, koning brengt staatsbezoek aan Indonesië, 13 maart, 2020)

Afbeeldingsresultaat voor soekarno

Het verschil van mening over de datum van het ontstaan van de Republik Indonesia heeft tientallen jaren de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië verstoort.  Indonesië hield daarentegen vast aan de datum 17 augustus 1945, Nederland hield vast aan 27 december 1949. Pas in 2004 werd door minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken het volgende gesteld: Ik zal met steun van het Kabinet aan de mensen in Indonesië duidelijk maken dat in Nederland het besef bestaat dat de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië de facto al begon op 17 augustus 1945 en dat wij, zestig jaar na dato, dit feit in politieke en morele zin ruimhartig aanvaarden. Saillant detail is dat minister Bot zelf als kind in het concentratiekamp Ambarawa de uitroeping van de Republiek Indonesia heeft meegemaakt (Wikipeda, Ned, Indië)

Op de Indische- Nederlanders werd grote druk uitgeoefend om te kiezen voor het Indonesisch staatsburgerschap. Degene die voor Indonesië hadden gekozen kregen in de jaren vijftig spijt, vooral toen de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië verslechterden. Soekarno verklaarde, alle nog in Indonesië aanwezige Nederlanders (40.000 personen) op 5 december 1957 als staatsgevaarlijk.  Ook Nederlandse bedrijven werden door Indonesië genationaliseerd. De resterende (Indische) Nederlanders opteerden toen alsnog voor het Nederlanderschap. Zij werden spijtoptanten genoemd.

De Nederlandse aanwezigheid in Indonesië, met uitzondering van Nieuw-Guinea, kwam pas echt ten einde in december 1957. Toen vanwege het conflict tussen Nederland en Indonesië over Nieuw-Guinea Nederlanders werden gedwongen uit Indonesië te vertrekken en Nederlandse bedrijven werden genationaliseerd. De Papua’s, evenals de Molukkers, streefden zelf ook onafhankelijkheid na en wilden die bewerkstelligen met behulp van Nederland. Met wederom bruut geweld door Indonesië is die onafhankelijkheid voor de Papua’s en de Molukkers er nooit gekomen (Wikipeda, Nederlandse-Indië)