The World is Changing

Nadat mijn ouders van hun verlofreis naar Nederland terug kwamen, hoorden wij in mei 1940 op radio dat de Duitsers Nederland binnen vielen. Daar was de oorlog begonnen.

Niet veel later, op 27 september 1940, sloten Duitsland, Italië en Japan, het driemogend-hedenpacht (Triparte verdrag) Een slecht teken. Ik was acht jaar toen er aan ons leventje in de vrije natuur een einde kwam.

De welvaart van de kolonie werd onderschreven in het toen gecensureerde rapport van de Japanse luitenant-generaal aan zijn regering in Tokio (Rapport van R.Tada, 1943) Japan wilde dan ook deze handel en het vruchtbare land van Nederlands-Indië. Na de oorlog werd dit rapport overigens toch gepubliceerd.

 

Infiltrering

De Japanners hadden zich goed voorbereid. Nederlands-Indië was met Japanse vissers, fotograven, kappers, en even zo vele spionnen, geïnfiltreerd. Hiermee hadden zij land en volk al jaren lang, door en door leren kennen. Zo konden zij van de Indische zwakheden gebruik maken om hun plannen uiteindelijk op gemakkelijke wijze te kunnen uitvoeren.

Mijn vader vertelde van een ‘Jap’, die achttien jaren in Bantam leefde en een Moskee cadeau gaf aan Javanen. Zo werden verbindingen gemaakt. Een Japanse ijsverkoper uit Balikpapan, die ‘een studie had gedaan naar de olielanden’. De ‘Jap’ kende elke olieman. In de oorlog bleek hij een kapitein te zijn in het leger. Of een bekende winkelbediende uit Tjandoer en de garagehouder uit Garoet, die respectievelijk als kolonel en regeringsgemachtigde namens Japan optraden na de capitulatie van Nederlands-Indië.

Na deze infiltreringen, kon Japan, in slechts drie maanden tijd de gehele Indische Archipel veroveren! Een van de eerste aanvallen was gericht op het olie-eiland Tarakan voor de kust van Borneo. De Japanners kozen ook bijna altijd onverdedigde kuststroken uit om te landen. Het snelle succes had Japan ook te danken aan zijn overwicht op zee, vanwege de vele vliegdekschepen.

Nederlands-Indië had nauwelijks enige leger- en politiemacht. Het was immers nog niet eerder nodig geweest. De KNIL (Indisch Leger) beschikten slechts over lichte tanks, vrachtauto’s en fietsen. De  KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) bestond voor 80% uit Javanen, o.a. een sergeant-majoor, de latere president Soeharto. Deze Javaanse rekruten hadden evenals de Nederlanders houten geweren ‘het gebroken geweertje’ om te oefenen. Dit was het gevolg van het bezuinigingsbeleid van de Kamer. Er was toen geen geld beschikbaar voor het KNIL leger.