Internering

Internering

Japan had grote behoeften aan vruchtbaar land en grondstoffen. Het ideaal was een Groot-oost-Azië. Indië zou hiervan een onderdeel zijn. Alle Europese invloeden en mensen hoorde niet in deze nieuwe wereld.

Gedurende de Japanse bezetting vond een genocide plaats onder de Indische bevolking. Er werden 50 miljoen mensen ofwel geïnterneerd in burgerkampen, geïnterneerd als krijgsgevangen of als werksoldaten ingezet of werden gebruikt voor dwangarbeid of dwangprostitutie. Hiervoor werden allerlei gebouwen gebruikt, o.m. schoolgebouwen, kazernes, gevangenissen en instituten.

Het nieuws over de oorlog in Nederland was voor ons beschikbaar tot de komst van de Japanners, die een einde maakten aan deze berichtgeving. Hoewel de oorlog op een slimme manier was opgezet, was het voor de Japanners moeilijk op te merken wie de vijand was. Officieel waren de vijanden blanken en van westerse afkomst. Maar hoe wit moet deze vijand eigenlijk zijn? Japanse bezetter toetste de loyaliteit van de bevolking. Wie voor Nippon was is voor ons, wie voor de koningin was, was tegen ons.

Vader werd door de ‘Jap’ van ons weggerukt en meegenomen naar een interneringskamp voor mannen. Niemand wist waar dat was. Moeder bleef met haar vijf meisjes alleen achter in de onderneming. We sliepen in één kamer, terwijl mannen van de kampong ons bewaakten na het horen van alarmerende berichten over de marcherende pemuda’s (rebellerende jeugd) Er werden hooggeëerde bezoekers aangekondigd. Twee Japanse officieren maakten van de gelegenheid gebruik om te overnachten. Moeder, die had gehoord over de reputatie van Japanse legers, bracht haar vier oudste meisjes in veiligheid bij haar vrienden in de kampong. Ze hield haar jongste dochter stevig vast. Gelukkig gebeurde er niets en ging het bezoek op een veilige manier voorbij!

Toen kregen we ook onze oproep en vertrokken we in een Grobak (een kist op wielen, voorgetrokken door paarden) naar Soekaboemi, waar we ons moesten inschrijven.

We werden enkele dagen ondergebracht in een schoolgebouw. Ik had zelfs nog contact met de kinderen. Moeder vond dat ik nog even de heilige communie moest doen. Ik werd met Trees naar de pastoor gestuurd. Die mij iets uit de catechismus overhoorde. Trees stond achter de pastor en zei mij voor. Waarna ik de communie kreeg.

We sliepen met moeders en kinderen in een aula. De laatste nacht ging ik alleen opzoek naar het toilet. Klein en licht als ik was,  merkten de bewakers (Heiho’s) niet dat ik daar naar toe ging. Toen ik op de terugweg was ontstond er een commotie. Men dacht aan een ontsnapping. Op mijn gebrul kwam mijn moeder met behulp van mevrouw Koomen, mij te hulp. Dit is mijn eerste ervaring met bewakers en internering.

Van daaruit werden we naar ons eerste interneringskamp vervoerd.