Kamp Grogol

In  de snikhete gesloten vrachtwagen of later ook goederenwagons werden wij vervoerd naar een ander kamp. Voor herschikking. Door sterfte van de geïnterneerde werd het aantal kampen kleiner. De nog levende geïnterneerden werden naar gebied bij elkaar gezet. Dit keer ging het transport naar het kamp Grogol buiten Batavia.

Het voormalig doorgangshuis voor geesteszieken te Grogol diende van juli 1943 tot april 1945 achtereenvolgens als vrouwen- en kinderkamp en later als mannen- en jongenskamp (Voskuil, 1988) Het bestond uit enkele barakken. In zo’n barak lagen ongeveer 30 mensen.

 

FOto

Kamp Grogol (Voskuil, collectie, zjr)

In de barak tegenover ons waren ook geesteszieken geïnterneerd. We hoorden in de nacht hun  gegil. Eens zag ik als, inmiddels negenjarige, daar een vrouw die haar eten wegspoelde onder de kraan. In mijn ogen was dit dus écht krankzinnig!

Ieder kreeg een slaapplaats aangewezen van 50 centimeter breed. Er waren overal wandluizen (ze lijken op een pissebed) en kakkerlakken (roodbruine diertjes) Beide beesten kruipen ’s nachts en bijten, waardoor je bulten krijgt en deze jeuken. Ook kregen wij steenpuisten. Moeder behandelde deze door te reinigen. De medicijnen en het voedsel van het Rode Kruis, kwamen wel binnen in de kampen maar werden ingenomen door de Japanners. Wat de soldaten niet meteen gebruikten, werd opgeslagen.

In dit kamp werden de appèls bij een grote waringinboom gehouden (deze stond er nog in 1992, reis met mijn man Jacques)

Mijn oudste zus Trees schrijft, in een brief aan haar vader, over deze periode “Op 50 gram rijst en een stukje “brood” hebben wij zes uur per dag op de heetste uren van de dag moeten patjollen (soebatten, onderhandelen) Het veld om Grogol heen, hebben wij helemaal omgewerkt, en wij kunnen ook al sawah’s aanleggen!