Tjideng

 

Tjideng het kamp in Batavia ( nu Jakarta)
Het laatste transport  herinner ik mij het best. Het was vreselijk, staande op een vrachtwagen, tegen elkaar aangedrukt. Moeder was erg ziek.

Trees vol zorg voor haar.
We werden naar het kamp Tjideng gebracht.( periode vanaf augustus 1944) Hier ook weer een wijk, net als Karees , omheind met gedek .Veel mensen in een huis, die allen op één toilet moesten. Wij als groot gezin,boften dat we in één vertrek ( een klein keukentje) bij elkaar, privacy hadden.

Poort van het Tjideng Kamp aan de verleende laan Triveli/Tjidengweg-West ( Collectie NOID ) Het regime in dit kamp was in deze latere periode Berucht van wege het grillige, wrede optreden van de algemenef kampcommandat, die hier in april 1944 zijn permanet verblijf vestigde. De buruchte Sonei Kenichi

Poort van het Tjideng Kamp aan de verleende laan Triveli/Tjidengweg-West ( Collectie NOID ) Het regime in dit kamp was in deze latere periode Berucht van wege het grillige, wrede optreden van de algemenef kampcommandat, die hier in april 1944 zijn permanet verblijf vestigde. De buruchte Sonei Kenichi


Een wijk van Batavia Deze middenklasse huizen waren representatief voor de bebouwing van de wijk als geheel, Collectie SMG. Neergezet na de eerste wereldoorlog, voor kampong bewoners. De naam Tjideng is ontleend aan de rivier de Tjideng, die er langs loopt

Een wijk van Batavia Deze middenklasse huizen waren representatief voor de bebouwing van de wijk als geheel, Collectie SMG. Neergezet na de eerste wereldoorlog, voor kampong bewoners. De naam Tjideng is ontleend aan de rivier de Tjideng, die er langs loopt

 

Eenlingen en kleine gezinnen moesten een grotere ruimte samen delen, waardoor er vaak ruzie ontstond. In het keukentje sliep Trees op de aanrecht en de rest van ons paste precies op de grond. Het eten werd steeds schaarser. Als er een aap of welk dier dan ook binnenkwam, werd die meteen gevangen om tot een maal te dienen. S’morgens het bekende grijze plakje brood. S’middags een lepel rijst. Met de rijst werd het moeilijker. Elke korrel telt! Een blikje voor uitdelen is te fraudegevoelig. Je kunt de rijst stevig indrukken of er losjes in scheppen. Een eetlepel of eigen gebouwd weegschaaltje werd ook gebruikt. Men stond er altijd omheen als er eten uitgedeeld werd. Soep van veel water , soms pens en sliertjes groenten. Bij het uitdelen goed roeren dus, om ieder zijn sliertje groenten te verzekeren. Een heel enkele keer kregen we een aardappel. Die werd dan langzaam en voorzichtig met schil en al opgepeuzeld.

Aan dit huis zat aan de buitenmuur een kraantje waar een klein straaltje warm ( door de zon gewarmd?) water uitkwam. Je kon daar wat tapiocameel enigszins mee gaarroeren. Dromen over eten leek te helpen tegen het hongergevoel. Men ging over tot het schrijven van recepten. Het ene al lekkerder dan het andere. Die werden dan van elkaar overgeschreven. Men hield zich daar veel mee bezig.

Om aan eiwitten te komen werd urine ingezameld..Hieruit distilleerde men zoveel mogelijk nog nuttige stoffen voor de gistbereiding van het brood. Het residu werd gedroogd en aan hen verstrekt, die de meeste verkorten vertoonden. Het werd dan in de vorm van drankjes verstrekt. Door voedselgebrek kregen kinderen groeistoornissen en menstrueerden vrouwen niet meer.

Sonei

Een berucht kampcommandant. Men heeft hem zien en horen huilen naar de maan.(?) Vandaar, dat er van hem gezegd werd, dat hij maanziek was. Maar naar later bleek, was een onbehandelde syfilis de oorzaak van zijn razernijen, die iedere dag voor konden komen en dus niet alleen bij volle maan.

Het appèl 

In dit kamp was extra zwaar, twee maal per dag. Of er nu brandende zon was of stromende regen. Sonei liet het tellen graag heel lang duren. Als vrouwen niet op het appèl verschenen worden ze door bewakers gezocht om dwangarbeid te verrichten. Kaalgeschoren en toegetakeld verschenen zij weer op het volgende appèl. Als ze niet meer konden staan moesten ze urenlang geknield liggen op het gloeiend hete asfalt. ( Dit was uw Tjideng)

Straffen.

In dit kamp werd “gedekken” nog zwaarder gestraft. Ook voor deze inheemsen was het een gevaarlijke bezigheid. Straffen hiervoor waren kaalscheren en in de brandende zon staan.

Onder het genot van een fles whisky bewerkte Sonei tijdens een nachtelijke strafoefening wegens “ruilhandel met inheemsen”, vijftig vrouwen met een tondeuse. (Geschiedenis van Indonesië )
In dit kamp, werden door deze kampcommandant, naast de individuele straffen ook collectieve straffen gegeven, zoals iedereen drie dagen geen of verminderd eten, ook de zieken en de kinderen,waarvan velen reeds op sterven lagen. Extra appèls werden ingelast,ook een hele dag op appèl in de zon staan. Bij zo’n appèl als ik moeite had met te blijven staan in de hete zon, en op de grond zakte,werd ik op tijd als de Jap er aankwam, overeind gehesen en lieten ze mij weer zakken als hij gepasseerd was.

Moeder zorgde er zoveel mogelijk voor, dat als er b.v. lijfstraffen gegeven werden, dat wij dat niet zagen. Maar we hadden het donders goed door. Ook hebben we het niet zelf gezien, maar alleen gehoord, toen Sonei het volgende verzon. Omdat hij kwaad was, dat een vrouw niet voor de broodkar gebogen had,moesten de meisjes, die als taak hadden het “brood” uit te delen, de kar met de voorraad brood voor een paar dagen, in een grote kuil omgooien en begraven. Ze kregen zelfs nog een trap na. Maar dat was nog niet genoeg. Hij liep daarna nog naar de gaarkeuken en gooide als een waanzinnige alle etensdrums om en trapt de vuren uit.
S’avonds probeerde een jongen voor zijn moeder wat brood op te graven. Hij werd doodgeschoten. We hadden dagenlang geen eten. Een keer moest de wagen met voedsel op de Tjidengbrug omgekiept worden in de vervuilde Tjidengrivier.

Steeds gaan er straten af van het Tjidengkamp. Het inkrimpen brengt “verhuizen” met zich mee, waar men geen energie meer voor heeft. Weer tussen vreemde mensen gestopt worden, waar je je opnieuw moest aanpassen. Bij elke verhuizing werd bagage onderzocht en spullen afgepakt, het bezit werd kleiner en kleiner. Wc’s raakten verstopt,niet berekend op zoveel mensen. Beerputten moesten worden leeggeschept en in de greppels rond de huizen geloosd. Deze greppels dienden echter alleen om het overtollige regenwater af te voeren en kwamen uit op de sloten langs de straat. In het hele kamp hing daardoor een enorme stank. Ook ver buiten het kamp, was dit kamp te ruiken! ( Maar als kind roken we het zelf niet meer! ) Er waren veel besmettelijke ziekten, als dysenterie, kinkhoest en malaria ook oogziekten. Malaria was er in soorten , het is een uitdrogingsziekte en kan hoge koorts veroorzaken. Veel kleine kinderen stierven er aan.( Dit was uw Tjideng)

Sommige vrouwen werden hfysterisch . Ons “huishoofd” hielp dan met middelen, zoals het hoofd onder water houden, tot men kalmeerde. Ook door toedoen van het beleid van Sonei stierven er nu ongeveer elf mensen per dag in dit kamp. Op 2 september 1946 werd zijn doodvonnis uitgesproken door de Temporale Krijgsraad te Batavia en uitgevoerd op 7 september 1946 in de Glodokgevangenis. Het lichaam van Sonei Kenichi werd bijgezet in de Jasukini-tempel in Tokio tussen de andere oorlogsmisdadigers, waar hen tot op heden eerbetoon gebracht wordt.

Voedsel en medicijnen van het Rode Kruis werden immers door de Jap achtergehouden, die geheel of voor een groot deel aan hen zelf besteed werd.
Trees heeft ook in de ploeg gezeten die doodskisten maakte. Het hout was al lang op. Er werd met bamboe matjes gewerkt. Dit bleek niet sterk genoeg en liet het vocht door van oedeempatiënten. Het hongeroedeem veroorzaakt blijvende schade aan maag en darmen. Buiken vullen zich met vocht. Als we op onze huid drukten bleef er een putje staan.

Leren en lesgeven werd niet volgehouden als het hongeroedeem erger werd. Moeder bleef het nog zo lang zij daar toe in staat was doen. We werden door de Movigjongens daarom de “blauwe meisjes genoemd” Van lieverlee werden wij ook ziek en behalve Trees , die nog overeind bleef, lagen wij allemaal op verschillende ziekenafdelingen. Ik kwam terecht in een garage, die gebruikt werd om jonge ernstig zieke kinderen in te verplegen. Men bracht mij overdag naar buiten, daar zat ik maar wat, met als enige beweging, kiezelsteentjes te verleggen. Van een baby naast mij werden de billetjes dichtgeplakt. Het liep er te hard uit en dit was een goede methode om niet uit te drogen. Het heeft bij dit baby’tje niet mogen baten, het was niet meer te redden.
Een meisje naast mij was erg ziek. Zij had een balletje vlees gekregen, maar kon dat niet meer eten. Zij gaf het mij. De volgende morgen was zij overleden.

Trees had het het zwaarst, zij stond er, 16 jaar zijnde, alleen voor. Zij moest Moeder proberen in leven te houden en had dan nog de verantwoordelijkheid en zorg voor de zusjes! Moeder, die ons zo lang in leven had weten gehouden in dit beruchte kamp Tjideng., had nu zelf in ernstige graad hongeroedeem. Als het vocht de hartstreek bereikt, is er geen redden meer aan. Buiten het kamp waren de medicijnen van het Rode Kruis, die haar hadden kunnen helpen. Maar het was niet de bedoeling van de Jap, dat wij in leven gehouden zouden worden.

Uit een brief van Trees aan haar vader na de bevrijding.

Lieve pappie,
Ik heb uw brief gekregen. Ik ben er erg blij mee en zal hem goed bewaren.
Toen mammie in april hier in Tjideng kwam, heeft ze ameube gekregen en daarna oedeem. Wat is dat toch een afschuwelijke ziekte, hè pap. Ze werd iedere dag slapper en had minder eetlust. Toen is ze bij de ziekenafdeling opgenomen. En toen zag ik het wel aankomen. Toen mammie daar een week of drie gelegen had, is ze plotseling binnen vier dagen tijds zo erg afgetakeld, nou dat was erg. Maar ze heeft niet geleden hoor. Want de laatste dagen was ze zo moe, dat ze bijna niet sprak, en bijna apathisch was.
S’ochtends heeft de zuster toegestaan, dat ik de kleintjes bij haar bracht .Ze heeft ze herkend en was blij, dat ze het goed maakten. S’middags werd ze plotseling veel minder en zijn Wies en ik geroepen.( Nel was er al)Mammie heeft ons nog alle drie herkend en gegroet. Het enigste, wat ze nog gezegd heeft, toen we er waren, was: “Ik ben volkomen bereid. Ik ben volkomen klaar”. En dat heeft mammie tot vier maal toe herhaald. Toen zijn we bij haar gebleven tot een uur toe. Ze is niet meer bij bewustzijn geweest, en om een uur stond het hart stil van onze mammie. Dus ze is ingeslapen, zo bereid en vol overgave, en zonder pijn.
Weet u, paps, ik zou het liefst direct met u naar de onderneming gaan. Ik heb doorgewerkt tot begin vierde. De rest doe ik wel met bijlessen, want wat doet u daar nou alleen op de onderneming? Nel zit begin eerste, ze is echt geschikt voor verpleegster, dat zeggen alle zusters. Want Nel heeft in Karees als verpleegster gewerkt, en in Grogol was ze al leerling-verpleegster. En eigenlijk moest je daar boven de achttien voor zijn .Wiesje zit in de eerste HBS. Lydie heeft niet veel gewerkt, maar ze zit al eind of begin vijfde klas lagere school en Claartje in de derde.
Wij krijgen nu vlees! Soms denk ik wel eens, was dat maar eerder gekomen, dan was mammie gespaard gebleven, maar zo heeft het moeten zijn. Ik zal later erg mijn best doen om de plaats van mammie tegenover de kleintjes in te nemen. U hebt nu een flinke dochter gekregen, paps, al heb ik gebreken, maar een, die al haar best zal doen om u te helpen, waarmee dan ook.

U steeds liefhebbende oudste dochtertje, Treesje

( Later vroeg mijn vader zich af: “ Hoe krijg ik het kind weer in deze volwassene?”)

Trees haalde ons uit de verschillende ziekenboegen om afscheid van moeder te nemen. Moeder stierf kalm en vredig, vlak voordat de kampen opengingen op 18 augustus 1945. Wij weten niet waar zij begraven is. ( Bij de gravenstichting is zij geregistreerd onder diegenen, waarvan het graf onbekend is.)
Het drong nog niet goed tot mijn hersens door, daar ik door de hongeroedeem al helemaal apathisch was. Vreugde noch verdriet drongen tot je hersens door. Doodgaan van mensen om je heen was een normaal patroon geworden.

Toen de geallieerden in september 1945 in Batavia aan land gingen, was Luitenant-Kolonel Nicholai Read-Collins belast met de voedselvoorziening van de kampen. Hij bezocht onder meer het Tjidengkamp. Zijn getuigenis voor het Tokyo War Crimes Tribunal luidde: “Mijn eerste indruk was die van iemand, die op een andere planeet terecht was gekomen, en die moest praten met mensen die dood waren. Ik had het gevoel, dat dit geen normale mensen waren en dat hun reacties niet overeenkwamen met wat je kunt verwachten van volwassen mensen.”
( Uit Ooggetuigen van Oorlog)