The Company

 

Na zijn werk bij Matthieu Kerbosch op Tjinjiroean (Bandoeng) (1924-1933) werkte Pierre als ontginningsemployé. In deze functie kreeg hij de opdracht om de bosgebieden van de Pengalenganse hoogvlakte (Bandoeng) te onderzoeken op hun vruchtbaarheid en het ontginnen voor de verbouwing van thee. Zo heeft hij de gebieden Pasir Junghun en Koleberes ontgonnen. Waarna hij nog een jaar waargenomen heeft op onderneming Tjikentreng.

Pierre Schrijnen was, in 1924-1933, Administrateur/ondernemer in Tjinjiroen-Preanger (Bandoeng) Hij kreeg deze relatief kleine onderneming aangewezen. Als planter-administrateur, in loondienst van de Nederlandse Handelsmaatschappij.

In 1933 werd hem een nieuwe start aangeboden in een nieuwe onderneming. Hij vestigde zich met zijn gezin in de onderneming Tjilatjhab bij de stad Soekaboemi.

Na vijf jaar (1938) kreeg hij opnieuw, ook in Soekaboemi, een andere onderneming aangeboden. Pierre vestigde zich opnieuw, nu met de dan ook de jongste twee dochters erbij (Trees, Nel, Wies, Lidy, Claartje), in de voor hun laatste onderneming Tji emas Soekaboemi. Hier kon Pierre zijn kennis van planten en het ondernemen verder ontwikkelen. Deze laatste (thee, rubber en koffie) onderneming was zo groot als de stad Utrecht.

In deze laatste onderneming werkte hij als Administrateur (Hollands Bestuur) samen met de Regent (hoogste rang Inlands Bestuur, ‘burgemeester’) Samen regelden zij werk en dus inkomen voor de bevolking. Zo had Pierre als ondernemer kijk op het aantal benodigde arbeidsplaatsen en de regent beheerste de taal, cultuur en gewoonte. Samen zorgden zij voor vervulling van de vacatures.

Moeder Nel met haaroudste dochter Trees

Moeder Nel met haar oudste dochter Trees

Op de onderstaande tekening staan de twee ondernemingen Tjitalahab, Tjiemas en Bodjong Genteng, waar wij gewoond hebben. Een tekening die mijn vader voor zijn kleinzoon Maurits had gemaakt. De  thee-onderneming in Bodjong Genteng maakte ik mee. Van de laatste thee- en rubberonderneming Tjiemas, heb ik echter de duidelijkste herinneringen. Mijn vader leidde  deze ondernemingen (in erfpacht) in de functie van administrateur. Met een Nederlandse bezoldiging.

.

.

De thee-en rubberonderneming Tjiemas, lag op een berg. Rechtsboven zijn 3 kampong huisjes. De kampong, linksonder lag op een lager niveau, dan ons huis. Linksonder was de theefabriek in de kampong. Via de theefabriek leidde een trap naar beneden, naar de kampong. Van deze trap heb ik op mijn latere reis (1992) met mijn man Jacques, enige stukken meegenomen (“trap Bodjong Genteng”)

.

De plattegrond van de onderneming Tjiemas