Leven en Leren

We kregen thuis les van moeder. Ik verstopte me soms als ik geen zin in leren had, dan moesten ze me zoeken! Wel las ik heel vroeg en graag. Bijvoorbeeld die hele serie ouderwetse en klein gedrukte serie van Bruintje Beer. Er waren in de stad wel scholen, de meeste multiculturele. Tegen het eind van de lagere school, moest er meer aan de ontwikkeling gedaan worden. De drie oudste zusjes gingen toen naar een kostschool in het toenmalige Batavia. Als zij in de vakanties thuiskwamen, werden we vergast op kostschoolverhalen. bijvoorbeeld  hoe er gedoucht,of te wel “gemandied”, moest worden. Je schept met een emmertje het water over je heen. Ze moesten daarvoor een sarong tot onder de oksels dragen. En zich er onder inzepen, en afspoelen maar. Een non stond in de deuropening te kijken of zij het wel allemaal netjes hielden.Tot op een dag ( De meisjes hadden het met elkaar afgesproken! ) de meisjes de sarong allen tegelijk lieten vallen. De non schrok zich wild. Welke straf er volgde is mij niet bekend!

Wij droegen als ondergoed een hemd en broekje aan elkaar vast. In de taille op de rug zat een horizontale rij knoopjes. Zo’n kledingstuk werd tjelana monjet ( apenpakje) genoemd. De groteren droegen een kutang, dat is een b.h.

Ik was een slechte eter. In Tjiemas Bodjong Genteng, werd ik, als ik vóór het verplichte middagslaapje mijn eten niet op had, ná dit slapen in de goedang ( zie schema) gezet met mijn eten, net zo lang tot ik het op had. De goedang is een soort provisiekamer, waar ook de bananen hangen en waar een hor voor is. Moeder wilde b.v. graag, dat wij de gezonde postelein uit de moestuin aten. De koud geworden postelein met de koude rijst was niet naar binnen te krijgen!

We sliepen met een kussen in de vorm van een rol, die diende om tussen de benen gelegd te worden, opdat je benen niet door transpiratie aan elkaar zouden kleven. Zoiets heet een goeling.

Ik leed aan asthma, maar wist niet beter of benauwd zijn hoorde er bij. Om elf uur s’morgens kreeg ik ovomaltine. Ik hield niet van melkproducten ( bleek later ook niet goed te zijn voor astmapatiënten) en wist deze handig achter een muurtje weg te werken. Ik herinner me niet dat dit ontdekt werd.

.

Hierboven zie je ons op een rij: van links naar rechts : Vader Pierre, Koentje, Claartje Bert, Lidy, Joop, Jaap, twee vriendinnetjes, Wies, Nel en Trees.

Op de dichtstbijzijnde onderneming woonde de familie Koomen. Oom Bert en tante Katrien met Jaap, Joop, Bert en Koentje. Ze waren van dezelfde leeftijd als wij.  De logeerpartijen waren dan ook erg leuk. We maakten in oude theebossen hutten, door tussen een paar bomen takken te vlechten.

Met Kerstmis kwam de Kerstman. Toen eens zijn puntmuts in de brand vloog en vader die maar net kon redden, zagen we wie deze Kerstman was en is ons geloof in hem verloren gegaan.
Vader en moeder maakten een reis naar de familie in Nederland en namen Claartje mee. Wij konden niet mee en logeerden tijdens hun reis bij mevrouw Sillevolt, die een pension in Soekaboemi had. Ook zij deed haar best me meer te laten eten, door een mooie hoofdletter L van honing op mijn boterham te maken.
Het zijn in de stad was een hele ervaring. Ik moest daar naar school. Het kostte me moeite om mij aan te passen. Ik vond eerlijk gezegd die nonnen met hun wijd uitstaande kappen doodeng! Ik was nog een echt rimboekind.